Soms hoef je in IJsland geen uren achter het stuur te zitten om je in een andere wereld te wanen. Op het schiereiland Snaefellsnes wisselen ruige kliffen, zwarte lavastranden, gletsjers en idyllische vissersdorpjes elkaar in hoog tempo af. Niet voor niets staat dit gebied bekend als 'IJsland in het klein'.
Vanuit Reykjavik rijd je in ongeveer twee à drie uur naar het westen, op zo'n 150 kilometer van de hoofdstad. Het schiereiland steekt ongeveer 90 kilometer uit in de Atlantische Oceaan en wordt gedomineerd door de imposante Snæfellsjökull. Deze met ijs bedekte vulkaan spreekt al eeuwenlang tot de verbeelding en diende zelfs als inspiratiebron voor Jules Verne, die de vulkaan in zijn roman gebruikte als ingang naar het middelpunt der aarde.
Doordat de afstanden hier overzichtelijk zijn, verken je Snaefellsnes op je gemak met je eigen huurauto. Trek er gerust minimaal twee dagen voor uit. Zo rijd je ontspannen van highlight naar highlight, met alle ruimte om onderweg spontaan te stoppen bij verlaten strandjes, verborgen wandelpaden en weidse uitzichtpunten.
De highlights van Snaefellsnes
-
Kirkjufell: de beroemdste berg van IJsland
Als er één beeld is dat je waarschijnlijk al eens van IJsland hebt gezien, dan is het de iconische Kirkjufell. Deze kegelvormige berg ligt vlak bij het sfeervolle vissersplaatsje Grundarfjörður en wordt omlijst door het klaterende water van de nabijgelegen Kirkjufellsfoss. Vroeg in de ochtend of tijdens de late avondschemering verandert het licht hier in een gouden gloed – hét moment om je camera te pakken en deze indrukwekkende plek in je op te nemen.
-
Arnarstapi & Hellnar
Aan de zuidkust vanSnaefellsnes ligt het kleine kustplaatsje Arnarstapi, een mooie plek om even de auto te laten staan en de ruige kust te voet te ontdekken. Langs de basaltkliffen beukt de Atlantische Oceaan tegen de rotsen en overal zie je bijzondere lavaformaties, rotsbogen en kleine grotten.
De bekendste rotsformatie is Gatklettur, wat vrij vertaald ‘rots met een gat’ betekent. De zee heeft hier door de donkere basaltrots een natuurlijke boog uitgesleten. Wanneer de golven door de opening slaan, krijg je een prachtig zicht op de kracht van de oceaan.
Maak vanaf Arnarstapi zeker een wandeling langs de kust richting Hellnar. Het pad is ongeveer 2,5 kilometer lang en voert langs kliffen, basaltformaties en een aantal mooie uitzichtpunten. In de zomer is de kust bovendien een levendige plek voor zeevogels. Vooral noordse sterns, drieteenmeeuwen en noordse stormvogels nestelen hier in grote aantallen.
Kijk onderweg ook regelmatig richting zee: vanaf de kust kun je met wat geluk walvissen en dolfijnen zien zwemmen. Zo combineer je tijdens deze korte wandeling het indrukwekkende landschap van Snaefellsnes met de bijzondere dierenwereld van de Atlantische Oceaan.
-
Djúpalónssandur: zwart strand en ruige kust
Djúpalónssandur is geen strand waar je je handdoek neerlegt voor een middag zonnen. Het zwarte kiezelstrand ligt tussen grillige lavavelden en donkere kliffen en voelt bijna onaards aan. Hier vind je ook de beroemde vier tilstenen, waarmee vissers vroeger hun kracht bewezen, en resten van een scheepswrak. Vanaf hier kun je bovendien richting de kleine baai Dritvík wandelen.
-
Snaefellsjökull National Park
In het westelijke deel van het schiereiland ligt Snaefellsjökull National Park, met als blikvanger de gelijknamige gletsjervulkaan. De vulkaan is ongeveer 700.000 jaar oud en vormt het dramatische middelpunt van het landschap.
Een bijzondere ervaring is de Vatnshellir-lavagrot, een oude lavatunnel die alleen met een gids bezocht kan worden. Je daalt af in de donkere ondergrond en krijgt een heel ander beeld van de vulkanische geschiedenis van IJsland.
-
Ytri Tunga: op zoek naar zeehonden
Aan de zuidkant van het schiereiland ligt Ytri Tunga, een goudkleurig strand dat een opvallend contrast vormt met de vele zwarte stranden van IJsland. De rotsen voor de kust worden regelmatig gebruikt door zeehonden om uit te rusten. Vooral in de zomer is de kans om ze te zien goed. Neem hier rustig de tijd en houd voldoende afstand van de dieren.
-
Búðakirkja: het beroemde zwarte kerkje
Een van de meest herkenbare plekken op Snaefellsnes is Búðakirkja, een klein zwart houten kerkje dat bijna alleen in het landschap lijkt te staan. Het kerkje ligt bij Búðir aan de zuidkant van het schiereiland, midden in het donkere lavalandschap van Búðahraun. Op een heldere dag vormt de Snæfellsjökull een indrukwekkende achtergrond.
De zwarte kleur van de kerk komt van de traditionele behandeling van het houten gebouw met zwarte teer, een techniek die het hout beschermt tegen het ruige IJslandse klimaat. Op deze plek stond al in 1703 een kerk; het huidige gebouw dateert uit 1848. Tegenwoordig is Búðakirkja vooral geliefd vanwege de bijzondere ligging en de bijna sprookjesachtige uitstraling.
Rondom de kerk vind je vooral lavavelden, mos en gras, waardoor het een mooie plek is om even rond te wandelen en foto's te maken. Vlakbij ligt ook Búðir, ooit een belangrijke handels- en vissersplaats. Van het vroegere dorp is weinig overgebleven, waardoor het contrast met het kleine kerkje en het uitgestrekte landschap extra bijzonder is.
Tip: combineer Búðakirkja met Ytri Tunga, Arnarstapi en Hellnar. Zo krijg je op één dag een mooie mix van natuur, cultuur, historie en de ruige kust van Snaefellsnes.
-
Kun je papegaaiduikers zien op Snaefellsnes?
Ja, in het juiste seizoen zeker. De steile kliffen rond onder andere Arnarstapi en Hellnar zijn in de zomer belangrijke broedplaatsen voor zeevogels. Naast papegaaiduikers kun je hier onder andere drieteenmeeuwen, noordse stormvogels en noordse sterns tegenkomen.
De beste periode voor papegaaiduikers is grofweg mei tot en met augustus, waarbij juni en juli vaak de beste maanden zijn om volop vogelactiviteit te zien. Zoals altijd met wildlife blijft het natuurlijk afhankelijk van de omstandigheden.
-
Walvissen spotten vanaf Snaefellsnes
Snaefellsnes is bovendien een goede plek voor een walvistocht. Vanuit onder andere Grundarfjörður kun je de zee op en op zoek gaan naar walvissen en ander zeeleven. Het gebied rond het schiereiland staat bekend om zijn rijke wateren en biedt kans op onder meer bultruggen, dwergvinvissen, orka's en dolfijnen.
Een walvistocht is vooral een mooie aanvulling wanneer je meerdere dagen op Snæfellsnes verblijft. Houd er wel rekening mee dat het om wilde dieren gaat en een waarneming nooit gegarandeerd kan worden.
-
Een warm bad midden in de natuur
Na een dag langs zwarte stranden, vulkanen en ruige kust is er niets fijner dan even het warme water in te duiken. Op Snaefellsnes vind je verschillende geothermische baden. Een bijzondere optie is Lýsulaugar, waar je kunt ontspannen in natuurlijk verwarmd mineraalwater met uitzicht op de bergen.
-
Een koffiestop die je niet mag overslaan
Sommige plekken zijn zo klein dat je er bijna voorbij zou rijden. Fjöruhúsið in Hellnar is daar een goed voorbeeld van. Dit kleine café ligt vlak aan zee en is alleen al vanwege de locatie een bezoek waard. Na de wandeling tussen Arnarstapi en Hellnar kun je hier neerstrijken voor huisgemaakte taart, wafels of de bekende vissoep met versgebakken brood.
Het café is seizoensgebonden geopend, dus controleer vooraf de actuele openingstijden. Juist de combinatie van de eenvoudige sfeer, het uitzicht en de ligging aan het water maakt dit zo'n typisch IJslands adresje.
Een schiereiland vol sagen en legendes
Snaefellsnes is niet alleen een landschap van vulkanen en ruige kust, maar ook een plek waar sagen en volksverhalen diep in de lokale cultuur verweven zijn. Een van de bekendste verhalen is de Bárðar saga Snaefellsáss, over Bárður, een mysterieuze figuur met zowel menselijke als trollenafkomst. Volgens de saga vestigde hij zich op Snaefellsnes en trok hij zich later terug in de Snaefellsjökull, waar hij veranderde in de beschermgeest van het schiereiland. Juist wanneer je langs de donkere lavavelden, grillige rotsen en mistige bergen rijdt, is het niet moeilijk om je voor te stellen waarom op deze plek zoveel legendes zijn ontstaan.
Wanneer kun je Snaefellsnes het beste bezoeken?
Juni tot en met augustus is de beste periode als je vooral wilt wandelen, vogels wilt spotten en zoveel mogelijk van de natuur wilt zien. De dagen zijn lang, de wegen zijn doorgaans goed berijdbaar en de papegaaiduikers en andere zeevogels zijn actief.
Mei en september zijn interessante maanden voor wie de grootste drukte wil vermijden. Het weer kan wisselvalliger zijn, maar daar staat meer rust tegenover.
Van oktober tot en met april verandert Snæfellsnes in een veel ruiger landschap. Sneeuw, korte dagen en winterse omstandigheden maken autorijden en wandelen uitdagender, maar daar staat een goede kans op het noorderlicht tegenover. Houd in deze periode altijd de weers- en wegomstandigheden in de gaten